De kwaliteit van leiderschap is cruciaal voor een organisatie want goed leiderschap laat individuen bloeien, stimuleert onderlinge samenwerking wat zorgt voor betere resultaten. Daarentegen kan falend leiderschap leiden tot slecht gemotiveerde medewerkers, gebrek aan samenwerking en grote afstand tussen de leiding en medewerkers.
Leiderschapsontwikkeling begint met zelfkennis van de leider en het vermogen tot persoonlijk leiderschap: Het vermogen om ‘leiding te geven aan jezelf’. Een leider zal in staat moeten zijn om zijn eigen gedragingen te (h)erkennen en indien nodig bij te sturen.
In mijn trajecten besteed ik daarom veel aandacht aan het zichtbaar maken van gedragspatronen en hoe deze – indien nodig – te doorbreken. Dit is vaak nog niet zo eenvoudig omdat gedragspatronen meestal diep ingesleten zijn. Zo zal een conflictvermijdende leider vaak wel weten dat hij soms meer de confrontatie op mag zoeken en de leider met het korte lontje begrijpt ook wel dat hij wat vaker tot tien mag tellen.
De vraag is: Maar hoe doe je dat dan?
Mijn trainingen en individuele begeleiding gaan daarom niet allen over het aanleren van vaardigheden. Ik kijk op de zogenaamde identiteitslaag naar de ontstaanswijze van bepaalde gedragingen en werk ervaringsgericht, want snappen hoe iets werkt brengt nog geen verandering. Het moet als het ware ‘in het lijf’ komen, zodat duurzame verandering mogelijk wordt, waarbij positieve effecten voor zowel de leider als het team/de organisatie zichtbaar worden.


