Grensoverschrijding, impulsiviteit en de Innerlijke Criticus
Voor wie met grensoverschrijding te maken heeft gehad, is het vaak moeilijk om eigen impulsen te volgen. Aan de buitenkant lijk je dan uiterst beheerst want je houdt jezelf steeds in, bang om iets verkeerds te doen.
Je durft bijvoorbeeld niet spontaan bij een ander aan te kloppen of jezelf uit te spreken. ‘Wilde’ uitingen als boos uitvallen, spontaan dansen of onbedaarlijk lachen, voelen al helemaal als gevaarlijk.
Hieronder ligt vaak de angst om ‘binnen te breken’, om zelf over een grens te gaan en daarmee iets stuk te maken. Want jij zal nooit, maar dan ook nooit, zoals de dader zijn. Niet zoals je vader, die zo woedend kon worden en rake klappen uitdeelde. Niet zoals de sportcoach, die met zijn manipulatieve gedrag je klein hield. Niet zoals die ene jongen van vroeger, die jouw nee niet accepteerde.
Zo leg je voortdurend een filter over je impulsen, wat gepaard gaat met overmatige zelfkritiek. Deze innerlijke criticus grijpt, als een fanatieke controleur, meteen in als je levensenergie tevoorschijn dreigt te komen. Want alles moet wel zuiver, verantwoord en juist zijn. En vooral: nooit iemand beschadigen.
Mocht je al over een grens gaan, dan ben je nauwelijks in staat om te dealen met je schaamte en schuldgevoel. Het voelt dan alsof jij ‘alles’ stuk maakt. Maar de waarheid is dat er ooit iets in jou is stukgemaakt.
Het durven volgen van je eigen impulsen en je spontaniteit weer de ruimte geven, is daarom een diep leerproces. Een proces dat moed vraagt, waarbij je stap voor stap leert dat jouw levensenergie niet beschadigend hoeft te zijn. Dat je fouten mag maken en dan nog steeds OK bent. Dat je zowel ‘ja’ als ‘nee’ mag zeggen.
Hierbij heb je vooral veel geduld en mildheid naar jezelf nodig. En mensen om je heen, die liefdevolle bedding geven en helpen om je innerlijke criticus te verzachten. Zodat je tevoorschijn kan komen in al je menselijkheid.


