Verstoppen en tevoorschijn komen
Iedere ouder kent het aandoenlijke beeld van een peuter die zich achter het gordijn verstopt en ‘ik ben HÍER!’ roept als het zoeken iets te lang duurt. In het verstoppertje-spel leren we als jong kind iets over ‘op eigen benen staan’ en weer terugkeren naar de veilige bedding van een ouderfiguur. Het ‘gevonden’ worden – waarbij je gezien, geliefd en erkend wordt – is essentieel voor het opbouwen van een gezonde, stevige hechting, van waaruit je de wereld steeds verder kan verkennen.
Maar voor veel kinderen was het verstoppen niet zoals in het spel. Het (figuurlijk) verstoppen was meer een noodzaak en ze werden niet ‘gevonden’. Bijvoorbeeld omdat ze op school gepest werden en niemand hen zag in hun eenzaamheid en verdriet. Omdat vader enorm boos kon uitvallen en ze steeds op eieren liepen. Omdat er een groot verdriet in het gezin was dat alle aandacht opzoog en zij niet tot last wilden zijn. Omdat het thuis oppervlakkig gezien wel harmonieus was, maar er nooit echt gesproken werd over gevoelens. Omdat ze moesten dealen met volwassenen die zelf achter een gordijn stonden en emotioneel behoeftig waren.
Dit zijn slechts enkele voorbeelden waarbij een kind of jongvolwassene leert zijn eigen behoeften, gevoelens en eigenheid te verstoppen achter een spreekwoordelijk gordijn. Een gordijn dat in de loop der jaren vaak een ondoordringbare muur is geworden, met sterke overtuigingen en een vastgeroest zelfbeeld. Op volwassen leeftijd zijn dan vaak alleen nog de vage symptomen van het verstoppen zichtbaar, zoals jezelf niet uitspreken en alsmaar veel te hard werken. Je zelf te klein maken of juist te groot. Of niet bij je gevoel kunnen komen, je behoeften negeren of überhaupt niet meer weten wat je eigenlijk zelf wil.
Het verstoppertje spelen met de bekende uitroep ‘Wie niet weg is, is gezien!’ wordt dan ‘Wie niet gezien is, is weg’. Weg van jezelf en weg van echt contact.
Totdat het niet meer langer gaat en je het punt bereikt hebt dat er iets moet veranderen.
In mijn begeleidingswerk leer ik mensen hun symptomen te herkennen als antwoord op een groter verhaal van ooit. Een verhaal waarvoor je terug moet zoeken in je geschiedenis, ook al zul je nooit de exacte feiten kunnen reconstrueren. Dan komt het erop aan om op de taal van het lichaam serieus te nemen, want het verhaal zit daar ‘verstopt’ en kan gevonden worden. Zo leer je hoe de coping van ooit je nu nog parten speelt en ontdek je wat je destijds ten diepste nodig had. Zodat je in het heden anders met jezelf om kan gaan.
Dat is niet op een namiddag ‘gefixed’. Het is een ontdekkingsreis die moed vraagt, waarbij je met vallen en opstaan uit je schuilplaats tevoorschijn komt.
Steviger, milder en wijzer.


