Zachte ogen
Onlangs publiceerde ik op LinkedIn een eigen gedicht over grensoverschrijding. Ik kreeg enorm veel warme reacties en privé berichten van mensen die erdoor geraakt werden. Hoewel dat echt wel iets met me doet, schamper ik ook vanbinnen: “Ach, ik doe ook maar wat”.
Ik ben zeker niet de enige die het lastig vindt om complimenten te ontvangen. Een klein compliment lukt nog wel, maar het wordt lastiger als het gaat over iets wat er écht toe doet. Als ik erkenning krijg voor iets wezenlijks.
Tijdens mijn trainingen gebeurt het ook vaak: zodra ik een deelnemer een oprecht compliment geef, wordt het direct weggewuifd. Vaak hoor ik reacties als: “Ach, het was eigenlijk niets bijzonders” of “ja, maar anderen kunnen dit veel beter”. Wanneer een compliment wél binnenkomt en raakt aan iets diepers, dan rollen soms plots onverwachte tranen. Die moeten dan razendsnel weggeslikt worden, meestal vergezeld van een hele reeks “sorry’s”. Want die tranen zijn natuurlijk ontzettend stom.
Dit wegwuiven heeft vaak een dieperliggende oorzaak. Het vertelt een verhaal van ooit, waar erkenning en ‘gezien zijn’ ontbraken.
Bijvoorbeeld van een vrouw, die opgroeide bij een depressieve moeder. In een van mijn trainingen vertelt ze: “Als kind zorgde ik altijd voor mijn moeder. Ze lag vaak in bed en dan ging ik haar troosten. Ze vroeg eigenlijk nooit hoe het met mij was”. Of de hoog sensitieve man die een verhaal deelt over zijn school, waar zijn eigenheid niet begrepen werd. Het wordt heel stil in de ruimte als hij met ingehouden verdriet zegt: ‘Ik had steeds het gevoel dat er iets mis was met me’.
Als je als kind niet gezien of erkend wordt, raakt dat de kern van je zijn. Dit is simpelweg te pijnlijk om toe te laten. Daarom bescherm je je door de conclusie te trekken: “Het ligt aan mij”.
Deze conclusie trek je niet bewust of rationeel, maar uit zich eerder als een onderhuids gevoel van ‘niet ok’ zijn. Je kan ook niet anders, want als kind ben je totaal afhankelijk van volwassenen. Het idee dat zij niet goed voor je zijn, is niet te verdragen.
De conclusie ‘het ligt aan mij’ biedt bovendien hoop. Want als het aan jou ligt, kun je er iets aan doen. Als kind denk je dus: “Als ik maar beter mijn best doe, liever ben of mezelf aanpas, dan krijg ik uiteindelijk wél wat ik nodig heb”. Uiteraard is dit een illusie. Want hoe goed je ook je best deed, je werd niet gezien.
Helaas blijft het gevoel van niet goed genoeg zijn, ook op volwassen leeftijd voortbestaan. Wanneer je dan alsnog erkenning krijgt, is dit lastig toe te laten want de oude pijn van niet gezien zijn, wordt meteen aangeraakt. Het compliment afweren is daarom een begrijpelijke reactie.
Het simpele advies ‘ontvang het compliment maar’, is daarom ook te kort door de bocht. Eerst zal het onderliggende verhaal van gemis aandacht en getuigenis moeten krijgen. Je zal daarbij de waarheid over hoe het vroeger was onder ogen moeten zien en de illusie moeten opgeven dat het aan jou lag.
En dat doet zeer.
Complimenten kunnen daarom meestal maar in een kleine dosis worden binnengelaten. Zoals je bevroren handen ook niet meteen aan een hete kachel moet verwarmen. Het vraagt om zorgvuldige afstemming en, zoals in het gedicht verwoord, om ‘zachte ogen’. Zodat de onderliggende pijn stap voor stap kan smelten.
Het zijn dan ook mooie en betekenisvolle momenten als een compliment achter een pantser landt. Als de erkenning dwars door alle lagen afweer gaat en je echt gezien wordt. Dan zijn er geen ‘stomme’ tranen, maar tranen die recht doen aan een pijnlijk verhaal van ooit.


