"Bevroren verhalen" verdienen het om gehoord te worden

Blog

Foto Roel Breuls

Eerste generatie studenten – een zoektocht naar erbij horen

In mijn praktijk ontmoet ik regelmatig wetenschappers, rechters, artsen of andere professionals die als eerste uit het gezin gingen studeren.

Kijkend naar hun geschiedenis zijn het pioniers, die vaak heel wat hobbels moesten overwinnen om te komen waar ze nu zijn. Objectief gezien zijn ze succesvol, maar toch hebben ze vaak sluimerende gevoelens als ‘wanneer ga ik door de mand vallen?’ en ‘hoor ik er wel bij?’

Een lange stapelweg

De eerste hobbels kwamen ze vaak al tegen in het primair of secundair onderwijs, waar ze onder hun niveau werden ingeschat en een verkeerd schooladvies kregen. Met als gevolg een indrukwekkende stapeling van opleidingen, waar ze meestal niet zonder kleerscheuren uit zijn gekomen.

Want omdat ze niet gezien en erkend werden in hun talent, gingen ze bijvoorbeeld ‘lastig’ gedrag vertonen. Voor de goede verstaander is het lastig gedrag slechts een verkapte noodkreet, die niet als zodanig herkend werd. Dit versterkte het lastige gedrag alleen maar, waardoor sommigen op het verkeerde pad raakten en zelfs uitvielen.

Als ze dan in mijn praktijk zitten treft me de hardheid en schaamte waarmee ze over zichzelf praten. Ze zien zichzelf nog steeds als dat ‘lastige kind’ van toen. Ze veroordelen zichzelf, net zoals er ooit over hen geoordeeld werd. Als ik dan iets zeg over hun opmerkelijke doorzettingsvermogen en met mildheid kijk naar hun ‘lastige gedrag’, zijn ze vaak ontroerd. Eindelijk erkenning…

Wie neemt me aan de hand?

Eenmaal aanbeland op de universiteit kostte het vaak moeite om te landen. Een universiteit kan in het begin behoorlijk overweldigend zijn, met zijn eigen ongeschreven regels, wetten en gebruiken. Ze misten een netwerk en iemand die hen wegwijs maakte. En ook nu nog, kunnen ze met hun verhalen of zorgen vaak niet goed terecht bij ouders of familie.

Dat is niet uit onwil, want meestal spreken ze vol liefde over hun ouders, die vaak ook nog eens hard gewerkt hebben om hun studie mogelijk te maken. Vaak hoor ik dan zinnen als: ‘‘het zijn schatten, maar ze begrijpen mijn wereld gewoon niet.”

Mag ik erbij horen?

Eerste-generatie studenten hebben vaak ook het gevoel dat ze op de universiteit niet echt thuishoren. Ze voelen zich ‘anders’ en merken dat de universitaire wereld ook maar weinig begrijpt van hun achtergrond en er ook wel op neerkijkt. Zo begeleidde ik laatst een succesvolle arts, die nog steeds niet op zijn CV durfde te zetten dat hij ooit op de MAVO was begonnen. Hij vertelde op werk nooit over zijn afkomst. Over zijn vader, een lieve man die buschauffeur was en zijn moeder, een huisvrouw die nooit de gelegenheid had gehad om te studeren.

Zelfs als ze al een succesvolle professional zijn, laten ze zich niet werkelijk zien, bang om alsnog afgewezen te worden of door de mand te vallen. Op de onderlaag speelt nog steeds het sluimerend gevoel van ‘niet goed genoeg zijn’ en ‘hoor ik hier wel?’

Eenzaam tussen twee werelden

Een bijkomend pijnpunt is dat ze soms afkeurende geluiden horen vanuit hun familie. Bijvoorbeeld van die ‘grappige’ oom die opmerkt dat je het nu zeker hoog in de bol gekregen hebt. Of opmerkingen op familiefeestjes over mensen in hun ivoren toren, die eerst maar eens zouden moeten werken voor hun geld. Je hoort het aan en slikt je boosheid en verdriet maar in. Want ruzie moet voorkomen worden, anders hoor je er helemaal niet meer bij.

Zo leven ze tussen twee werelden met telkens de vraag: “Wat is mijn plek, waar ben ik thuis? Als ik in een sessie dan het woord ‘eenzaam’ laat vallen, zijn ze vaak erg geraakt. Want dat is het gevoel: eenzaam, temidden van twee werelden die beide niet als thuis voelen.

De juiste maat innemen

Als ze bij mij aankloppen komen ze zelden binnen met een vraag, die expliciet over dit onderwerp gaat. Ze noemen eerder symptomen als ‘te hoge werkdruk’, een knagend gevoel van onzekerheid of het imposter syndrom.

Het herleiden van deze gevoelens naar ‘waar ze vandaan komen’, is dan een eerste stap in bewustwording. Dit begint met erkenning van die jonge jongen of dat meisje van ooit, die zo hard heeft moeten strijden. En de diepgaande notie dat er niets mis is met je.

Het gaat ook over stappen nemen in succesvol mogen zijn, je ‘succesangst’ overwinnen, juist ter ere van je afkomst. Het gaat over het aankijken van schuld en schaamtegevoelens. En over de pijn toelaten, dat een omgeving soms echt schadelijk voor je is geweest en dat dit niet aan jou lag. Om zo meer tevoorschijn te komen en ‘je juiste maat’ in te nemen.

Niet groter, maar zeker ook niet kleiner dan je bent.